Is vrijheid een breipatroon?

Door Gönül Hettema-Fidan
Beeld: Gönül, 1980

Het was een doorsnee ochtend in september voor mijn zussen en mij. De volgende dag zou het al zaterdag zijn, we waren blij. Ik hoorde een paar keren mijn ouders zachtjes ergens over praten, maar ik vergat het ook weer snel. In 1980 was ik acht jaar oud. We stonden zoals altijd vroeg op, iedereen was bezig zijn eigen taken uit te voeren. Bedden opruimen, ontbijt klaarmaken, ons klaarmaken om naar school te gaan… Mijn vader had zich omgekleed om naar zijn werk te gaan. Hij zette de radio aan en stond bijna bevroren in de woonkamer. Hij riep mijn moeder en daarna ons. Mesut Mertcan, de presentator, kondigde aan dat er een staatsgreep was gepleegd en dat het voorlopig verboden was om naar buiten te gaan. In verband met de veiligheid moest iedereen thuis blijven. Daarna hoorden we de stem van Hasan Mutlucan, een beroemde zanger die liedjes zong die bijna altijd inspeelden op de nationalistische gevoelens. 

Later zagen we op de TV generaal Kenan Evren, de chef van de generale staf, met een stuk wit papier dat hij voorlas.  Ik kon niet alles goed begrijpen, maar ik zag de angst in de ogen van mijn ouders. Ze waren zeer bezorgd. 

We hebben de TV de hele dag aan laten staan. Volgens mijn vader stond het hele land op de kop en  moesten we op de hoogte blijven van de ontwikkelingen. We hebben ontbeten en daarna de tafel weer opgeruimd. Mijn zussen en ik mochten niet naar school gaan. Mijn moeder zei dat ze naar onze buurvrouw zou gaan om een breipatroon te halen voor een trui die ze voor ons, mijn zussen en ik, zou gaan breien. Mijn vader vond het geen goed idee. Hij zei: “Als je naar buiten gaat wordt je misschien ook opgepakt en in de gevangenis gezet”. Mijn moeder haalde haar schouder op en zei: “Ik ga naar Hurisel Abla”, ze woont op vijf minuten loopafstand. En waarom zou ik opgepakt worden, wat heb ik gedaan? Ik kom snel weer terug. Gönül, kom, we gaan”. Ik vond het spannend maar stiekem ook weer leuk. We woonden toen in een vrijstaand huis met een tuin. Mijn moeder liep voor mij uit naar buiten. 

We gingen net de voordeur van onze tuin uit toen we een soldaat zagen die op een kruispunt van vier wegen stond. Hij leek wel een standbeeld in zijn uniform, met zijn geweer welke hij hoog tegen zijn borstkast vasthield. De soldaat zag ons ook en zei: “Mevrouw, er is een straatverbod. Jullie mogen niet naar buiten, ga terug naar jullie huis”. Mijn hart begon nog sneller te kloppen. Ik pakte de hand van mijn moeder vast. Ze zag er niet bang uit en liep ook niet meteen terug naar huis. Ze hield haar hoofd hoog, keek met aandacht naar de soldaat en zei: “We gaan naar mijn buurvrouw die vijf minuten verderop woont. Ik zal truien breien voor mijn dochters en heb daarvoor een breipatroon nodig. Mijn buurvrouw wacht op mij”. De soldaat was niet onder de indruk van het verhaal van mijn moeder en zei dat het niet uitmaakte wat ze nodig had, het was gewoon verboden om naar buiten te gaan. Mijn moeder raakte geïrriteerd en zei met hoge stem: “Hebben jullie mij gevraagd voordat jullie een militaire coup gingen plegen? Nee. Ik heb dat breipatroon nodig. Als je wilt loop je met ons mee”. Ik keek naar mijn moeder die absoluut niet bang was en zeer overtuigend overkwam, en keek vervolgens naar de soldaat. Ik voelde enige sympathie voor hem. Hij was zeker getraind om zijn taak goed uit te voeren, maar was niet voorbereid op de reactie die hij van mijn moeder heeft gekregen. Hij kon geen argument bedenken dat hem ging helpen de discussie te winnen, en het leek hem ook niet zinvol om te blijven herhalen dat het verboden was. Ik kan me voorstellen dat er geen procedure is die beschrijft hoe om te gaan met “dwarse vrouwen” zoals mijn moeder. Hij keek verbaasd naar mijn moeder. Ik denk dat zijn hersenen nog bezig waren om deze onverwachte gebeurtenis te verwerken. Mijn moeder was al begonnen met lopen. De soldaat liep met ons mee, hooguit vijf minuten en in totale stilte. Er was geen teken van leven op straat,  zelfs geen honden. Waarschijnlijk voelden die zich ook niet veilig en hadden zich ergens verscholen. Mijn moeder heeft de soldaat netjes bedankt. Hij reageerde niet op haar bedankje, waarschijnlijk om zijn autoriteitsgevoel een beetje te herstellen denk ik achteraf. Na een paar uur gingen we weer naar huis. 

Het was een statement dat ze wilde maken tegen de patriarchie die onder andere door militarisme, religie en nationalisme wordt gevoed en die de vrijheid van vrouwen op verschillende niveaus kan beperken.

Dit keer vergezelde het zware geluid van de gepantserde militaire tanks ons. De soldaat, die op de heenweg onze escorte was, zag ons naar huis lopen, maar hij negeerde ons. Mijn moeder keek niet eens naar hem. Mijn vader was bezorgd dat mijn moeder vanwege haar opstandigheid op een dag echt een probleem zou hebben. Mijn moeder was niet onder de indruk en maakte zich er niet druk om. Mijn vader schudde zijn hoofd, terwijl mijn moeder al begonnen was met het breien van de eerste trui met paarse en crème wol, voor mijn oudere zus.

Later kwamen we erachter dat de ingrijpendste militaire coup in de moderne Turkse geschiedenis op deze dag, 12 september 1980, plaatsvond. Het was de derde staatsgreep in de Turkse geschiedenis. Op bevel van generaal Kenan Evren werden in de ochtend van 12 september 1980 regering en parlement ontbonden. Meer dan 650.000 mensen werden gearresteerd. Vijftig grotendeels linkse activisten werden opgehangen. Ongeveer 300 politiek activisten zijn overleden in de gevangenis, waarvan 171 als gevolg van marteling. Zo’n 30.000 mensen zijn het land ontvlucht, ook naar Nederland. Alle politieke partijen en vakbonden werden verboden, veel intellectuelen in de gevangenis gezet en academici ontslagen (lees hier meer achtergrondinformatie). Woorden zoals ‘Vrijheid’ en ‘Democratie’, in elk opzicht en betekenis, verloren met de dood van de vele politieke activisten hun plaats. Door deze ingrepen werd het voor het regime eenvoudiger om een neoliberale transformatie in het land te realiseren

Mijn moeder was niet onverschillig over wat er in het land gebeurde en hoe erg dat allemaal was. Het was ook niet urgent dat ze de truien voor ons moest breien. Het was een statement dat ze wilde maken tegen de patriarchie die onder andere door militarisme, religie en nationalisme wordt gevoed en die de vrijheid van vrouwen op verschillende niveaus kan beperken. Voor mijn moeder was het voor een breipatroon naar haar buurvrouw gaan een middel om te laten zien dat ze het niet eens was met de beslissingen van de staat, hoe machtig die staat ook kan zijn. Zij wilde laten zien dat ze vrij was om te doen wat ze wilde en was bereid om de eventuele consequenties te dragen. 

Toen ik werd gevraagd door de werkgroep ‘Vrouwendag Apeldoorn’ om een stuk over ‘Vrijheid’ te schrijven heb ik gemerkt dat ik in alle drie talen – Nederlands, Engels en Turks – waar ik in mijn dagelijks leven mee te maken heb een andere associatie met het woord ‘Vrijheid’, ‘Freedom’, ‘Özgürlük’ heb. Ik associeer ‘Vrijheid’ meteen met ‘vrijheid van meningsuiting. ‘Freedom’ doet me als eerste denken aan het boek ‘Escape from freedom’ van de schrijver Erich Fromm. ‘Özgürlük’ associeer ik tenslotte met onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. 

Voor mij was het een ontdekking dat ik bij elk woord steeds aan mijn moeder dacht, met als eerste beeld dat in mijn gedachten kwam de conversatie tussen mijn moeder en de soldaat. Mijn moeder’s actie kan ik nu wel omschrijven als ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’. De soldaat had ook het initiatief genomen om met ons mee te lopen in plaats van zijn bevelen op te volgen en op de kruising te blijven staan. Hij voelde zich verantwoordelijk voor onze veiligheid. Dat vind ik, achteraf, ook dapper en lief. We kunnen helaas nooit weten wat hij werkelijk van de staatsgreep en deze actie van mijn moeder vond. 

Afgelopen weekend heb ik met mijn moeder gesproken. Ze was diep verdrietig over de 36 Turkse soldaten die recentelijk in Idlib in Syrië om het leven zijn gekomen. Het is vreselijk verdrietig wat er gebeurd is. Het is zo jammer dat er zoveel levens verloren gaan. Wie de macht heeft die bepaalt het leven van duizenden jongens. 

Diezelfde macht bepaalt ook hoe haar acties worden gelegitimeerd, gedefinieerd, verteld en geschreven in de formele geschiedenis. Diezelfde macht bepaalt ook wie de held(in) en wie de vijand is. Hoewel bijna elke macht zich met alle middelen probeert te handhaven, komt er eigenlijk altijd een einde aan die macht. Elke macht creëert door haar eigen actie haar eigen verzet.     

Vrijheid, freedom en özgürlük… in mijn ervaring zijn alle drie woorden niet vanzelfsprekend en niet onbeperkt. Ze zijn geen zelfstandige naamwoorden, ze zijn werkwoorden, je moet er aan werken en draagt er ook verantwoordelijkheid voor. Soms krijgen ze de vorm van een breipatroon en springen uit het verleden naar voren in de vorm van een zachte, warme, paars-crème wollen trui die gebreid werd. Ze brengen je 39 jaar later terug naar daar waar je de warmte van een kopje thee en van brood nog steeds kunt voelen, alsof er niets veranderd is.